De hond en zijn instinct

Wie ooit wel eens eens schaapherder met zijn hond en kudde aan het werk heeft gezien, zal wellicht ook genoten hebben van het samenspel tussen mens en dier. De hond die honderden meters bij zijn baas vandaan rent om vervolgens terug te komen met schapen, laat ons zien hoe zijn instinct samen kan gaan met opdrachten die wij aan de hond geven.

Vrijwel alle rassen zijn in beginsel gefokt voor een functie. Of dit nu een gezelschapshondje was of een hond die werk verrichtte. In de showwereld vind je deze indeling ook nog steeds terug en zijn alle rassen verdeeld in 10 groepen. Zo vallen onder rasgroep 1 de herdershonden en veedrijvers. En zo heb je ook een groep voor spitsen en oertypes. De spitsen zijn poolhonden die als functie hadden (en soms nog hebben) om te trekken, te jagen en waken. Oertypen zijn rassen die al heel lang bestaan en zijn vaak fanatieke jagers. Binnen rasgroep 8 vallen de Retrievers, Spaniels en waterhonden. Dit zijn honden die er gefokt zijn om het wild dat aangeschoten is, op te halen. Wil je weten onder welke rasgroep jouw hond valt? Kijk dan eens op de website van de Raad van Beheer.

En waarom is dit nu zo belangrijk om te weten? Meerdere antwoorden zijn mogelijk op deze vraag, maar het antwoord dat meest voorkomt op het trainingsveld is omdat we samenleven met onze hond in een gezin of familie en we graag willen dat alles zo soepel mogelijk verloopt. Met een opvoeding van je hond (en kind) heb je al een grote factor te pakken. Ook hoe je je zelf gedraagt en hoe je in je vel zit, heeft invloed om de levende wezens om je heen.

Het grootste ondergeschoven kindje lijkt in deze tijd te zijn dat de hond ook een genenpakket heeft meegekregen. En die genen vertellen hem hoe hij instinctief moet reageren. Vaak wordt gesteld dat ‘alles trainbaar is’.

Stel, je hebt een Border Collie pup in huis en beide ouders van de pup werken de hele dag bij de schapen. Dan heb je grote kans dat jouw pup die genen ook geërfd heeft en dat hij bijvoorbeeld bij gebrek aan schapen, kinderen gaat drijven. Vaak wordt dit benoemd als probleemgedrag van de hond. Een vraag die hier mijn inziens bij hoort is of de juiste ‘genenpool’ wel een juiste match is geweest met het gezin waarin hij terecht gekomen is. Ofwel, moet je een hond die genetisch ingesteld is op drijven, willen leren afleren dat hij nooit meer mag drijven?

Windhonden zijn er voor gefokt om op zicht te jagen. Ze worden door jagers gebruikt om wild op te sporen en dit wild te doden. Ze zijn erg ontzettend snel, zelfstandig en hebben veel jachtinstinct. Als dan je wens is om een gezellig gezinshond te hebben die gezellig overal los meer naar toe kan, dan zal dit ras over het algemeen niet passend zijn.

Tijdens trainingen krijg ik vaak de vraag hoe je bepaald (instinctief) gedrag kan afleren. Mijn visie hierin is dat wanneer je kiest voor een bepaald ras, je ook als het ware ‘verplicht’ bent om je hond hierin wat aan te bieden. Neem eens de rasgroep ‘lopende en zweethonden’ , bijvoorbeeld de Beagle, de Bloedhond of de Rhodesian Ridgeback. Dan zijn dit honden die gefokt zijn om wild op te sporen en op de drijven. Ze hebben over het algemeen een goed ontwikkeld jachtinstinct. Om aan hun natuurlijke behoefte van speuren tegemoet te komen, kun je met je hond geurdetectie of mantrailing gaan doen. Ze kom je tegemoet aan de natuurlijke behoefte van je hond en zal hij eerder voldaan zijn dan wanneer hij heel vaak oefeningen moet doen die hij totaal niet leuk vindt.

Voor de Border Collie hoef je niet altijd schapen te drijven. Behendigheid, dagfrisbee of een andere actiesport, kan de hond net zo goed een voldaan gevoel geven. En met de Retriever hoef je niet per se op jachtcursus om hem zelf aan geschoten wild op te laten halen. Flyball, ofwel het ophalen van een balletje uit een apparaat met 4 sprongen erbij is ook een actieve uitdaging. De Teckel die jaagt met passie en waaks is, kan wellicht ook super goed een mantrailingsspoor lopen.

Wanneer je beseft dat bepaald gedrag erbij hoort, kun je van daaruit verder gaan kijken naar wat bij jullie samen past. Dat hoeft niet altijd altijd een hondensport te zijn natuurlijk. Als je hond graag willen rennen, kan je ook een stuk gaan fietsen met je hond. Doordat de hond zijn instinct op een voor ons passende manier kan uitoefenen en wij het gedrag begeleiden en begrenzen, zal er uiteindelijk meer balans komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *