Wat is prooi- en voernijd?

Het verdedigen van eten en/of de voerbak (voernijd of baknijd) of het bewaken en/of niet af willen geven van een speeltje of juist iets wat eigenlijk niet bedoeld voor de hond is, is gedrag dat veel voorkomt. Verdedigen kan bestaan uit grommen, lip optrekken of zelfs bijten. Ook wegrennen met het voorwerp kan tot deze categorie worden gerekend. Immers, wat je hebt gekregen of gevonden, dat mag je in principe houden. En dat mag je bewaken. Voor honden onderling is dat (meestal) een ongeschreven regel en mocht één van beide zich hier niet aan houden, dan kan er een conflict ontstaan. Ook wij mensen hanteren dit (geschreven) principe. Wat je hebt gekocht, is van jou. Wat je bij de ober hebt besteld, mag je zelf opeten. En als iemand dan toch het lef heeft om je nieuwe auto te stelen, dan ben je op zijn zachtst gezegd niet blij.

Prooinijd bij twee honden
Prooinijd bij twee honden

Natuurlijk gedrag, maar niet gewenst

Dit zo lezende, kan je je wellicht voorstellen dat het een erg tegennatuurlijke reactie voor je hond is, om iets af te laten pakken. Dit neemt echter niet weg, dat het ongewenst gedrag is van een hond om in onze (mensen)maatschappij je tanden in te gaan zetten wanneer je het ergens niet mee eens bent. Ik vind het belangrijk om dit benoemen zodat je je ook realiseert wat we nu eigenlijk vragen van onze hond. En dat een gevolg hier van kan zijn dat het tijd kost om door ons gewenst tegennatuurlijk gedrag aan te leren.

Verdedigen alle honden hun prooi?

Of een hond ook daadwerkelijk verdedigt, heeft weinig tot niets te maken met rangorde en/of dominantie. Of een hond wel of geen prooi- of baknijd heeft, hangt vooral af van de vraag hoe belangrijk de hond zijn eten of het speeltje vindt. Vindt hij het de moeite waard om er een conflict voor aan te gaan? Dit kan zijn natuurlijke aanleg zijn. Het kan ook zijn dat je hond van pup af aan al heeft moeten strijden voor eten/voer toen hij nog bij de fokker was. Daarnaast spelen leerervaringen ook mee in hoe sterk en snel prooi- en voernijd zich ontwikkelt. Als de hond een keer gromt als een persoon of andere hond in de buurt van de voerbak komt en diegene trekt zich terug, dan leert hij dat grommen werkt en zal hij dit de volgende keer weer doen. Of je wil een speeltje afpakken, de hond gromt een keer en rent hard weg met het speeltje.

Moet je dit laten gebeuren of ga je de strijd aan?

Er wordt wel eens geadviseerd om de voerbak steeds weg te pakken en dan weer terug te zetten. Hierdoor zou de hond leren dat jij ‘de baas’ bent. Inmiddels weten we dat het oefenen van wegpakken, het ontstaan van baknijd juist stimuleert. De hond leert zo dat hij het risico loopt dat je zijn voerbak af komt pakken als je in de buurt komt en er dus juist alle reden is om zijn eten te verdedigen. Zeker wanneer er ook kinderen in de buurt van een voerbak (of een speeltje rondlopen), is dit natuurlijk niet gewenst. Afpakken en dus de strijd aangaan, is dus niet de beste optie. De hond een succes met zijn gedrag laten hebben, is evenmin handig. Succesgedrag vraagt immers om herhaling. Maar wat dan wel? Na een eerste ‘grom-ervaring’ , of liever voor die tijd, ga je meteen aan de slag met onderstaande stappen!

Voernijd voorkomen en afleren

Voor zowel het voorkomen als het als afleren kan je dezelfde stappen gebruiken. Wanneer je hond al enig verdedig-gedrag vertoont, is het nog belangrijker dat je hond in de huidige stap ontspannen is, voordat dat je naar de volgende gaat.

  1. Je kunt je pup of volwassen hond (bv herplaatser) af en toe uit de hand voeren. Hierdoor leert de hond dat je handen lekkers geven en niet van je iets van ze wil afpakken.
  2. Daarna geef je de hond wat voer in zijn bak en als hij dat op heeft, dan geef je het volgende handje. Na enkele maaltijden geeft je de volgende hand steeds wat sneller, dus terwijl de hond nog staat te eten, doe je er al wat bij. Dan leert de hond dat een hand in zijn bak tijdens het eten betekent dat hij nog meer krijgt.
  3. Ook kan je er in de loop der tijd af en toe een extra lekker hondenkoekje bij in doen.

Prooinijd voorkomen en afleren

Het niet af te willen geven van een prooi (speeltje, afstandbediening, slippers) is gedrag wat we ook vaak zien bij pups/jonge honden. Dat kan zich uiten door het grommen of ontbloten van de tanden als je een ‘prooi’ hebt en door iemand benaderd wordt, maar ook het wegrennen van een hond met een speeltje als je de hond wilt benaderen is een milde vorm van prooinijd.

  1. Leer de hond zo jong mogelijk om alles te ruilen wat hij heeft. Zorg ervoor dat hij hetgeen dat jij hebt, liever hebt, dan wat jij hebt. Dus leg bijvoorbeeld een speeltje met een piep erin ergens klaar, zodat je altijd iets hebt van grotere waarde. Je kan ruilen met een ander speeltje, en ook met iets lekkers. Desgewenst geef je het speeltje daarna weer terug.
  2. Oefen daarnaast met ‘los’ en ‘vast’.
  3. Daarnaast kan het erg praktisch zijn om je hond te leren dat hij alleen wat mag hebben uit jouw handen (of van de grond etc) wanneer jij zegt: ” Voor Fikkie“.

Extra tips

  • Bouw trainen altijd op! Je hond vertelt je of je door kunt naar een volgende stap.
  • Laat ook anderen uit het gezin deze oefeningen doen met de hond. Eventueel kan je ook bezoek hierin betrekken. Zo leert de hond dat hij echt van niemand wat te vrezen heeft.
  • Maakt er geen ‘plaag-afpak-spelletje’ van. Je pakt uiteindelijk alleen maar wat af als het echt noodzakelijk is. Tot die tijd probeer je de situatie vooral zo ontspannen mogelijk te maken.
  • Wanneer je hond al rondjes aan het rennen is in de tuin met een speeltje, ga er dan niet achteraan. Hij weet inmiddels allang hoe ver jouw arm kan reiken of waar hij zich kan verstoppen waar jij niet bij kan. Loop dan juist bij je hond vandaan en haal je trukendoos van stal. Bijvoorbeeld het speeltje met de piep, die extra lekkere worst of een blokje kaas. Zodra je hond het speeltje los laat, zeg je heel trots ‘los’ en je geeft de beloning.

Mijn pup/ hond heeft geen prooi- of voernijd, moet ik hier dan toch wat mee?

Wanneer het gaat om een pup, dan is het handig om hem zo vroeg mogelijk te laten ervaren dat het eventueel wegpakken van voer of een speeltje, geen drama is. En daarmee bedoel ik niet dat je het moet afpakken, maar dat je de hond een positieve associatie geeft met het in de buurt zijn van mensen bij zijn voerbak of het loslaten van speeltjes. Een pup komt de eerste 1,5 jaar in diverse fases en zal mogelijk in latere fases ineens wel meer interesse hebben in ‘wat ik heb, mag ik houden’. Wanneer je je pup gaat aanleren dat jouw aanwezigheid in de buurt van zijn voerbak alleen wat positiefs oplevert en dat het loslaten van een speeltje (lees ook: afstandsbediening, slippers…) betekent dat iets anders nog leukers krijgt, zal die ene keer dat het echt nodig is om iets uit zijn bek te pakken omdat hij iets gevaarlijks heeft, minder strijd opleveren.

Categorieën: Artikel